De historie van de oorlog tegen tabak

Door: Louis Bracco Gardner

Menigeen zal zeggen of minstens denken: er is niets nieuws onder de zon, want de maatregelingen tegen het roken stapelen zich op en we zitten in een antirokers-trein die alleen maar harder gaat rijden. Een bekend gezegde is: de geschiedenis herhaalt zich, en dat is ook het geval wat het roken betreft. Want vanaf plm. 1600, toen het snuiven van tabak al zo’n 50 jaar gangbaar was in Europa en het pijproken vanuit Engeland zich langzaam over West-Europa verspreidde, hebben personen en regeringen zich tegen het roken gekeerd op een manier die niet te vergelijken is met de huidige maatregelen.

Sir Walter Raleigh wist onder het bewind van Koningin Elizabeth het roken bij het Engelse hof populair te maken. Heel anders was het met haar opvolger, Koning James de Eerste van Engeland. Nog voor hij op de troon zat bezwoer hij met alle middelen het gebruik van tabak uit te roeien en in 1604 schreef hij het pamflet met de titel ’A Counterblast to Tabacco‘. Op een vlijmend sarcastische wijze zette hij zich af tegen het roken. Ik citeer: “het roken van tabak is een weerzinwekkend schouwspel voor het oog, hatelijk voor de neus, schadelijk voor de hersenen, gevaarlijk voor de longen en de zwarte stinkende rookwolken zijn als giftige dampen welke uit een bodemloze verrottingsput opstijgen”. Zware belastingen probeerde hij op te leggen maar hij kreeg geen steun van het parlement waaronder zich een groot aantal verwoede rokers bevond. Toen in 1614 de pest uitbrak in Londen en de geneesheren het roken aanraadden als desinfecterend middel, gingen al zijn verwoede pogingen in de doofpot. Zijn opvolger Koning Karel, ook een fel tegenstander van het roken, beperkte zich tot het heffen van belastingen en het vullen van de schatkist.

Verbanning naar Siberië

In Rusland werd nog strenger opgetreden. Engelse zeelieden introduceerden er het roken. Toen er branden ontstonden in o.a. kerken door het achteloos wegwerpen van peuken en een groot aantal regeringspersonen er een afkeer van had werd het roken als een ernstige overtreding beschouwd. In 1634 verbood Tsaar Michael de handel en het gebruik van tabak. Rokers werden behandeld als misdadigers en streng gestraft. Speciale rechtbanken werden ingesteld. Bij overtreding werden zowel mannen als vrouwen gegeseld. De minimale straf was twaalf slagen maar soms had het geselen de dood tot gevolg. Andere straffen waren het doormidden snijden van de neus en de lippen, het afrukken van de neus, want ook het snuiven was verboden, en ook toen stond een verbanning naar Siberië hoog op de lijst. Al deze mensonterende straffen konden echter niet verhinderen dat het roken steeds populairder werd. Gelukkig vond er een omslag plaats waardoor Rusland een belangrijke producent werd van tabak. Veel Russen hebben hun stempel gedrukt op de sigarettenindustrie in West-Europa.
Ook in Japan werden in de beginperiode de nodige maatregelingen getroffen om het roken uit te bannen. Wanneer bleek dat een uitgebrachte beschuldiging van een aanklager terecht was dan vervielen alle bezittingen van de roker aan de aanklager. Een mooie manier om je te verrijken. In 1639 werd het roken een nationale gewoonte en even populair als het drinken van een ceremonieel kopje thee.

Sultan: ‘Iets wat ik zelf niet wil sta ik ook een ander niet toe’

In China liep je na 1635 de kans onthoofd te worden wanneer je tabak verkocht. In Zwitserland werd vanaf 1661 een elfde gebod toegevoegd aan de Tien Geboden. “Gij zult niet roken”. In 1650 verbood Paus Innocentius het tabaksgebruik in de Sint-Pietersbasiliek te Rome. Een maatregel die door zijn opvolger weer werd ingetrokken omdat hij een verwoed gebruiker van snuiftabak was. Turkije spande wel de kroon. Murad de Wrede zette de gevangen genomen rokers op een rij en gaf aan een van zijn soldaten de opdracht om alle rokers een kopje kleiner te maken. Het credo van de Sultan was: “Iets wat ik zelf niet wil sta ik ook mijn onderdanen niet toe”. Dit gold trouwens ook voor het drinken van wijn. Het roken nam desondanks hand over hand toe. De sultan trok er zelf vermomd op uit, en de betrapte roker werd vervolgens dood of zwaar verminkt aangetroffen. Soldaten die betrapt werden, werden onthoofd of opgehangen en in het gunstigste geval werden hun handen en voeten afgehakt. Uiteindelijk zijn 25.000 rokers onder het zwaard gestorven. Dat uiteindelijk ook hier de rokers wonnen bewijst de populariteit van de Turkse tabak die in de meeste Egyptische sigaretten wordt verwerkt. Ook in Duitsland is het roken op straat lange tijd verboden geweest. De aanbrenger ontving een geldbedrag wat natuurlijk tot rare toestanden leidde. Menigeen probeerde zich op deze manier te verrijken. In 1848 werd het verbod opgeheven. In Amerika hebben verschillende staten geprobeerd het roken te verbieden waardoor het smokkelen van tabak een lucratieve bezigheid werd. De staat Kansas was in 1848 de laatste die het verbod introk.

Aan de bar worden de beste zaken gedaan

Dat het ook anders kan bewees o.a. Frederik I van Pruisen. Hij stelde in 1701 het Tabakkollegium in. Bij deze bijeenkomsten werd er uit lange stenen pijpen gerookt, werd er veel bier gedronken en discussieerde men over de dagelijkse politiek, religie en andere onderwerpen. Strenge regels werden opzij gezet en men kon vrijuit spreken, niemand hoefde voor de koning op de staan wanneer hij de kamer binnenkwam. Deze bijeenkomsten werden gehouden in Berlijn en Potsdam of in het jachthuis Könings Wusterhausen ten zuiden van Berlijn. Het gezelschap bestond in de regel uit hooggeplaatste militairen en mensen uit het kabinet. De gemoedelijke sfeer die geschapen werd door de combinatie van tabak, drank en het informeel samen zijn zorgde ervoor dat knopen werden doorgehakt.
Wellicht is daar het gezegde uit ontstaan dat ”aan de bar de beste zaken gedaan worden”.

De historie van de oorlog tegen tabak

De historie van de oorlog tegen tabak

De historie van de oorlog tegen tabak

De historie van de oorlog tegen tabak


‹ terug